Welke certificaten een ZZP HVAC monteur nodig heeft, hangt sterk af van de werkzaamheden. HVAC is een breed vakgebied dat verwarming, ventilatie, luchtbehandeling en koeling omvat. Niet iedere monteur werkt aan dezelfde installaties en daardoor zijn ook niet voor iedere opdracht dezelfde certificaten vereist.
Voor reguliere montagewerkzaamheden kunnen andere eisen gelden dan wanneer een monteur daadwerkelijk aan een koudemiddelcircuit of gasverbrandingsinstallatie werkt.
Als opdrachtgever is het daarom belangrijk om niet simpelweg om “alle HVAC-certificaten” te vragen, maar vooraf te bepalen welke werkzaamheden worden uitgevoerd en welke certificering daarbij hoort.
Heeft iedere HVAC monteur dezelfde certificaten nodig?
Nee. Er bestaat niet één algemeen HVAC-certificaat waarmee een monteur automatisch alle werkzaamheden binnen verwarming, ventilatie, koeling en luchtbehandeling mag uitvoeren.
Welke certificaten relevant zijn, wordt onder andere bepaald door:
- het type installatie;
- de werkzaamheden;
- het gebruikte koudemiddel;
- eventuele werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties;
- veiligheidseisen van het project;
- eisen van de opdrachtgever;
- de bouwplaats of locatie waar wordt gewerkt.
Een monteur die ventilatiecomponenten monteert, heeft bijvoorbeeld niet automatisch dezelfde certificering nodig als iemand die werkzaamheden uitvoert aan een koelinstallatie met koudemiddel.
VCA voor een ZZP HVAC monteur
VCA staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers.
Binnen bouw-, installatie- en industriële projecten wordt VCA regelmatig als veiligheids- of toegangseis gesteld.
Voor een ZZP HVAC monteur kan VCA daarom relevant zijn wanneer werkzaamheden plaatsvinden op een bouwplaats of andere locatie waar de opdrachtgever deze eis stelt.
VCA zegt echter vooral iets over veilig werken. Het bewijst niet automatisch dat iemand technisch vakbekwaam is voor iedere HVAC-installatie.
Controleer daarom naast VCA altijd de relevante werkervaring en eventuele vakspecifieke certificering.
F-gassen en koudemiddelen
Bij koeltechnische werkzaamheden moet extra goed worden gekeken naar certificering.
De Europese regelgeving voor gefluoreerde broeikasgassen is herzien. Hierdoor zijn ook de certificeringseisen voor monteurs die met koudemiddelen werken veranderd.
Sinds 29 maart 2026 geldt voor een groot deel van deze werkzaamheden het nieuwe certificeringsstelsel. Daarbij zijn verschillende persoonscertificaten geïntroduceerd, waaronder A1, A2, B, C, D en E. Welke categorie nodig is, hangt onder andere af van het koudemiddel en de werkzaamheden.
Dit betekent dat je als opdrachtgever niet alleen moet vragen of iemand “F-gassen heeft”, maar moet controleren of de certificering daadwerkelijk past bij de installatie en werkzaamheden.
Wat zijn A1 en A2 certificaten?
Binnen het nieuwe certificeringsstelsel zijn A1 en A2 belangrijke categorieën voor werkzaamheden met F-gassen en koolwaterstoffen.
A1 heeft een ruimer toepassingsgebied. A2 geldt voor een beperkter toepassingsgebied, waaronder bepaalde installaties met kleinere hoeveelheden koudemiddel.
Daarnaast bestaan er andere certificaatcategorieën voor specifieke werkzaamheden en koudemiddelen. Het nieuwe stelsel omvat A1, A2, B, C, D en E.
Voor opdrachtgevers is vooral belangrijk dat de categorie van het certificaat aansluit op de werkzaamheden die de monteur daadwerkelijk gaat uitvoeren.
Zijn oude F-gassencertificaten nog geldig?
Dat kan.
Door de overgang naar het nieuwe systeem zijn bestaande certificaten niet allemaal onmiddellijk ongeldig geworden.
Onder bepaalde voorwaarden kunnen oudere certificaten tijdens de overgangsperiode geldig blijven. Uiterlijk op 12 maart 2029 moeten monteurs die onder de betreffende certificeringsplicht vallen volgens het nieuwe systeem zijn gecertificeerd of gehercertificeerd.
De nieuwe certificaten hebben vervolgens een geldigheidsduur van zeven jaar.
Wanneer een monteur een ouder certificaat toont, is het daarom verstandig om niet alleen naar de naam van het certificaat te kijken, maar ook naar de geldigheid en het toepassingsgebied.
Certificering voor natuurlijke koudemiddelen
De herziene regelgeving kijkt niet meer uitsluitend naar traditionele F-gassen.
De certificeringsplicht is uitgebreid naar werkzaamheden met verschillende alternatieve of natuurlijke koudemiddelen, waaronder bijvoorbeeld:
- koolwaterstoffen zoals propaan;
- kooldioxide (CO₂);
- ammoniak (NH₃).
Welke persoonscertificering vereist is, verschilt per koudemiddel en soort werkzaamheden.
Dit wordt steeds relevanter doordat moderne koel- en klimaatsystemen vaker gebruikmaken van alternatieve koudemiddelen.
Persoonscertificering en bedrijfscertificering zijn niet hetzelfde
Dit onderscheid is belangrijk.
Een persoonscertificaat toont aan dat de individuele monteur voor bepaalde werkzaamheden gecertificeerd is.
Daarnaast kunnen voor ondernemingen die werkzaamheden met koudemiddelen voor derden uitvoeren afzonderlijke certificeringseisen gelden. Voor bedrijven worden deze eisen in Nederland uitgewerkt via BRL 100. Voor monteurs wordt persoonscertificering uitgewerkt via BRL 200.
Alleen controleren of de individuele monteur een certificaat heeft, is bij werkzaamheden waarop deze regelgeving van toepassing is daarom niet altijd voldoende.
Als opdrachtgever moet je beoordelen welke eisen voor zowel de uitvoerende persoon als de onderneming gelden.
Wanneer heeft een HVAC monteur geen koudemiddelcertificaat nodig?
Niet iedere HVAC-monteur werkt daadwerkelijk aan het koudemiddelcircuit.
Een project kan bijvoorbeeld werkzaamheden bevatten aan:
- ventilatiekanalen;
- luchtbehandelingskasten;
- leidingdragers;
- andere mechanische installatieonderdelen;
- montagewerk rondom klimaatinstallaties.
Of daarvoor een specifieke koudemiddelcertificering nodig is, hangt af van de precieze werkzaamheden en installatie.
Het is daarom niet juist om standaard van iedere HVAC monteur hetzelfde F-gassen- of koudemiddelcertificaat te verlangen.
Beschrijf eerst wat iemand daadwerkelijk gaat doen en bepaal vervolgens welke kwalificaties daarbij horen.
HVAC en werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties
Ook bij verwarmingsinstallaties moet onderscheid worden gemaakt tussen algemene HVAC-werkzaamheden en werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties.
Sinds 1 april 2023 mogen werkzaamheden zoals installatie, onderhoud en reparatie aan gasverbrandingsinstallaties waarop de wettelijke CO-regels van toepassing zijn alleen worden uitgevoerd door daarvoor gecertificeerde installatiebedrijven.
Een HVAC monteur kan dus veel ervaring hebben met verwarmingsinstallaties zonder dat dit automatisch betekent dat hij zelfstandig alle werkzaamheden aan een cv-ketel of andere gasverbrandingsinstallatie mag uitvoeren.
Als dergelijke werkzaamheden onderdeel zijn van de opdracht, moet vooraf worden gecontroleerd of aan de geldende eisen wordt voldaan.
Vakbekwaamheid is meer dan certificaten
Certificaten zijn belangrijk, maar vertellen niet het volledige verhaal.
Een certificaat betekent niet automatisch dat een monteur ruime praktijkervaring heeft met iedere installatie binnen het toepassingsgebied.
Kijk daarom ook naar ervaring met bijvoorbeeld:
- luchtbehandelingskasten;
- ventilatie-installaties;
- verwarmingsinstallaties;
- koelinstallaties;
- warmtepompen;
- leidingwerk;
- technische ruimtes;
- utiliteitsprojecten;
- nieuwbouw;
- renovatie;
- technische tekeningen.
De combinatie van relevante certificering én praktijkervaring bepaalt uiteindelijk of iemand goed bij een project past.
Certificaten controleren vóór de start
Wanneer bepaalde certificaten vereist zijn, is het verstandig deze vóór de start van het project te controleren.
Let bijvoorbeeld op:
- naam van de certificaathouder;
- type certificaat;
- certificaatnummer;
- geldigheidsdatum;
- toepassingsgebied;
- aansluiting op de werkzaamheden.
Vraag bij twijfel om aanvullende informatie voordat de monteur met specialistische werkzaamheden begint.
Dit voorkomt dat tijdens het project blijkt dat iemand niet over de juiste kwalificaties beschikt.
Welke certificaten zet je in een aanvraag?
Zet alleen certificaten in een aanvraag die daadwerkelijk relevant zijn.
Bij een algemene HVAC-opdracht kan een aanvraag bijvoorbeeld vermelden:
VCA vereist
wanneer dit een toegangseis voor het project is.
Wanneer daadwerkelijk koeltechnische werkzaamheden worden uitgevoerd, moet specifieker worden gekeken naar het vereiste persoonscertificaat en eventuele eisen die voor de onderneming gelden.
Vermijd daarom een algemene omschrijving zoals:
“F-gassen vereist”
wanneer nog niet duidelijk is welke installatie, welk koudemiddel en welke werkzaamheden het betreft.
Hoe specifieker de technische aanvraag, hoe gemakkelijker het wordt om de juiste HVAC-specialist te selecteren.
Eerst de werkzaamheden, daarna de certificaten
De beste manier om de juiste certificering te bepalen is om te beginnen bij de werkzaamheden.
Stel vooraf bijvoorbeeld vast:
- Aan welke installatie wordt gewerkt?
- Welke werkzaamheden moet de monteur uitvoeren?
- Wordt het koudemiddelcircuit geopend of bewerkt?
- Welk koudemiddel bevat de installatie?
- Wordt gewerkt aan een gasverbrandingsinstallatie?
- Welke veiligheidseisen stelt het project?
- Welke eisen gelden voor de uitvoerende monteur én eventueel de onderneming?
Pas daarna kun je bepalen welke certificaten daadwerkelijk noodzakelijk zijn.
ZZP HVAC monteur inhuren met de juiste ervaring
Heb je een HVAC monteur nodig voor een technisch project? Dan is het belangrijk dat zowel de praktijkervaring als eventuele certificering aansluit op de opdracht.
FEMI Works brengt opdrachtgevers binnen bouw en techniek in contact met zelfstandige technische professionals. Daarbij kijken we naar werkzaamheden, ervaring, beschikbaarheid, locatie en de eisen die voor het project gelden.
Lees ook waar je op moet letten wanneer je een ZZP HVAC monteur wilt inhuren.